Cookies
niet toestaan
Cookies toestaan

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en het tonen van publicaties.

Persoonlijke verhalen

Rabi was vrijwilligster bij No Game. Haar motivatie om vrijwilliger te worden, kwam voort uit een persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp meisjesbesnijdenis. Ze is namelijk zelf besneden toen ze vijf jaar oud was.

Ze vertelde haar verhaal aan Yes. Het is indrukwekkend en laat je vooral van dichtbij meemaken hoeveel impact een besnijdenis op het leven van een meisje kan hebben. 

Lees hier het verhaal van Rabi.

 
Sarifa is een jonge Nederlandse vrouw, afkomstig uit Somalië. Zij heeft zich een tijd lang actief ingezet voor No Game. Als 7-jarig meisje is Sarifa besneden. Inmiddels is ze een vrouw die haar verhaal wil vertellen om de wereld te laten weten dat zij in moet grijpen.

(Dit interview dateert uit augustus 2005)

“Ik vind het moeilijk om mijn verhaal te vertellen. Gisterenavond heb ik gehuild en vannacht heb ik slecht geslapen. Ik wil niet gereduceerd worden tot een besneden vrouw. Mijn portret staat op folders en ik was op het journaal en nu vertel ik ook het verhaal over mijn besnijdenis, maar ik ben meer dan dat.
Ik ben Safira, 29 jaar. Geboren in Somalië en in 1994 gevlucht naar Nederland. Ik ben bezig met een opleiding sociaal pedagogisch werk en ik loop stage bij een peutercrèche. Ik woon lekker, heb vrienden en vriendinnen en ben gelukkig. Het ergste wat me is overkomen is de besnijdenis, het beste dat ik Afrikaanse ben.”
 

Mijn jeugd in Somalië

“Ik ben op 1 juli 1976 geboren in het dorp Baydhabo. Tenminste, dat denk ik. De meeste Somaliërs weten niet wanneer ze geboren zijn. Een dag later werd mijn neef geboren, en toen hebben mijn moeder en mijn tante afgesproken dat ik met mijn neef zou gaan trouwen. Door de oorlog moest ik later precies op huwbare leeftijd vluchten, waardoor ik godzijdank die neef misliep, en alles wat daar uit voort zou komen.
Mijn ouders zijn gescheiden toen ik twee jaar was. Ik heb twee broers en twee zusjes, ik ben de oudste. Mijn vader heeft nog vier kinderen uit een ander huwelijk, en nog een uit weer een ander huwelijk, in totaal heeft hij negen kinderen. Mijn vader ging alsmaar trouwen, scheiden en weer trouwen en weer scheiden. Mijn moeder was zijn derde vrouw. Daarna is hij heel lang alleenstaand geweest. Mijn broertjes bleven bij mijn vader in Mogadishu, die zag ik alleen nog in de schoolvakanties.
Mijn moeder is na de scheiding teruggegaan naar haar ouders, mijn oma en opa, want in Somalië kan een vrouw niet alleen blijven. Daar waren ook mijn oom en tante met hun kinderen. Dus ik ben na mijn tweede opgegroeid met mijn zusjes en neefjes en nichtjes. Mijn opa was heel lief, mijn oma ook. Mijn opa had een eigen bioscoop, dat was leuk, wij gingen heel vaak films kijken. Mijn opa had geld genoeg om ons te onderhouden. Toen ik zes was is mijn opa overleden, en toen ik zeven was werd ik besneden.
We zijn met z’n vieren tegelijk besneden; twee nichtjes, mijn zusje die een jaar jonger is en ik. Mijn vader betaalde niets voor ons, maar voor de besnijdenis heeft mijn moeder hem om geld gevraagd. De vroedvrouw, maar vooral het feest is erg duur. Mijn vader weigerde, want voor hem hoefden wij niet besneden te worden. Vlak na mijn besnijdenis is mijn moeder hertrouwd. Toen moest ik bij mijn vader gaan wonen in Mogadishu. Dat zijn de regels, als je moeder hertrouwt moeten de kinderen naar de vader. En ze ging ook naar het buitenland, dus ik kon niet eens blijven.
Ik vond het wel leuk bij mij vader. Eigenlijk had ik meer met hem dan met mijn moeder. Omdat hij veel in het buitenland kwam, vooral in Rusland, was hij liberaler in z’n opvattingen. Alleen had mijn vader het erg druk met werken, dus ik zag hem niet zo veel. En ik was net drie weken besneden, dus nog niet hersteld. Mijn halfzus was er ook, maar die moest ook werken. G hadden we een werkster die bij ons woonde en eten maakte en voor ons zorgde.”

De besnijdenis

“Ik werd besneden zonder verdoving. Ik kan me alles herinneren. Ik kan me alles heel goed herinneren. Ik lag op een tafel, een grote eettafel, op een plastic onderlaken. Twee vrouwen hielden mijn benen vast, wijd uit elkaar, alsof ik geslacht werd; twee hielden mijn armen vast, en de ander mijn hoofd. De vroedvrouw pakte een scheermes. En toen voelde ik iets, dat niet te beschrijven is. Zo’n pijn als ik nooit in mijn leven gehad heb. Het was de hel.
Ik kan het me heel goed herinneren. Ze zette het mes in mijn rechterschaamlip. In één keer weg. Ik begon te huilen, zo’n pijn, en over mijn hele lichaam te trillen, pijn tot in mijn hersenen. Het leek alsof ik elektrische schokken kreeg. Ik was zo sterk van de pijn, dat de vrouwen moeite hadden om me vast te blijven houden.
Dat is het dus: eerst de schaamlippen in z’n geheel wegsnijden en dan een stukje van de clitoris. Het gebeurt ook wel dat de hele clitoris wordt weggesneden, vaak gebeurt dit bij mensen die van het platteland komen. Die zijn nog dommer dan de mensen uit de stad. Dus ik heb nog geluk gehad. Daarna werden de plekken waar de schaamlippen zaten dichtgenaaid. Er bleef onderaan een héél klein gaatje open. Om mijn benen hebben ze een touw gebonden, van boven tot onder. Dat moest vier weken blijven zitten. Zo kon ik alleen maar met muizenstapjes lopen. Dat is omdat anders met grote stappen of spelen de wond weer opengaat. Toen moest ik van de tafel af, en was mijn zusje aan de beurt.
We werden van te voren niet voorgelicht over de besnijdenis. Mijn moeder en familieleden praatte er wel over met elkaar. Maar ik wist niet waarover het ging. Je gelooft je moeder, zo gaat dat gewoon, het hoort er bij.
Ik vind mijn moeder en de vroedvrouw niet de enige schuldigen. Al die vrouwen waren medeplichtig. De een voerde de besnijdenis uit en de anderen hebben mij vastgehouden. Zij wisten waarschijnlijk ook niet beter. Zij waren niet anders gewend: ze zijn zelf besneden, hun moeders zijn besneden en de moeders van de moeders zijn ook besneden. En zo generaties lang. Alleen vind ik het nog steeds vreemd dat mijn moeder dit goed vond, want zelf heeft zij alleen Sunna gehad. Dat is een klein sneetje. Ik begrijp het niet. Als ze zelf die ellende niet heeft meegemaakt, waarom liet ze ’t bij ons doen?”

Na de besnijdenis

“Mijn zusje stond buiten. Ze heeft al mijn gegil gehoord, terwijl zij nog moest. Er wordt wel gezegd dat je niet moet gillen, en dat je een mooi cadeau of geld krijgt als je niet gilt. Maar ik moest zo huilen van de pijn, ik kon helemaal niet aan een cadeau denken. Ik riep maar: mama, mama. Zij kon er niet tegen, ze is natuurlijk ook moeder, ze voelde mijn pijn. Maar op een gegeven moment kwam ze binnen en zei ze: ‘niet huilen, ik ga een horloge voor je kopen’. Al gaf ze een miljoen, het zou niet geholpen hebben. Toen ik van de tafel ging zag ik zóveel bloed. Omdat het op dat plastic terecht gekomen was, dreef het. Ik dacht: is dat allemaal van mij?
Eenmaal thuis dekte mijn moeder een matrasje op de grond. Je mag namelijk. vier weken niet op bed slapen, omdat je daar af kan vallen en de wond dan opengaat. Mijn moeder zei: zoek maar even steun bij de muur. Zitten kon natuurlijk niet, dan scheurde alles weer open. Ik stond daar met de touwen om mijn benen en voelde me draaierig worden van de pijn en het bloedverlies. En alles om me heen ging draaien. Ik riep mijn moeder, die gelukkig dichtbij was en me nog net kon opvangen toen ik viel. Daarna was er niets meer. Ik weet niet hoe lang ik bewusteloos geweest ben. Toen ik bijkwam hoorde ik een heleboel mensen om me heen, mijn familie, de buren, de vroedvrouw die ze hadden laten halen en ze huilden allemaal. Ze dachten dat ik dood was. Ik hoorde ze, maar ik kon niets zien, alles was donker. Ik hoorde ze praten over mijn dood en kon niet reageren. Maar ik was niet dood. God heeft mij wakker gemaakt en daar had hij een reden voor: ik moest opgroeien en de kinderen helpen om niet besneden te worden. Dat begreep ik later heel goed.
Aan het eind van die dag moest ik plassen. Ik dacht: hoe moet ik dat doen, het moest in elk geval staande. M’n moeder ging met me mee naar de wc en ik hield het maar op, omdat ik niet wist hoe het moest. Tot ik het niet meer kon ophouden, en de plas er uit kwam zo op de vloer en dat deed weer zó ontzettend pijn, ik moest weer zo schreeuwen. Toen keek ik naar de vloer en ik zag alleen maar bloed. Mijn zusje en mijn nichtjes hadden nog niet geplast en hoorden mij schreeuwen en ze werden heel bang. Daarna moesten zij. Vreselijk.
Die vier weken heb ik heel weinig water gedronken, ik kreeg alleen maar af en toe een klein slokje. Want met te veel plassen zou de wond scheuren. Dat was heel zwaar, ik had verschrikkelijke dorst. Omdat ik nauwelijks mocht drinken at ik ook haast niks.
Op een dag gingen mijn moeder en mijn tante boodschappen doen en wij waren voor het eerst met ons vieren thuis, mijn nichtjes, mijn zusje en ik. En we hadden zó’n dorst. Toen zijn we stiekem heel veel water gaan drinken, ik denk wel liters elk. Het kon me niks meer schelen. We hebben de grote ketel meegenomen in de wc en ons daar opgesloten en ons bezat aan water, heerlijk was dat.

Boosheid

“Pas toen ik hier in Nederland was werd ik echt boos. Daarvoor leek het gewoon bij het leven te horen. Maar hier kreeg ik vriendinnen die dit niet hadden meegemaakt, en natuurlijk gingen we praten over seks, dat doe je met vriendinnen. Zij vonden het zo raar dat ik besneden was en dat seks voor mij alleen maar een angstig idee was, omdat het zo pijnlijk zou zijn. Toen werd ik steeds bozer en bozer. Nadat ik hier twee jaar was, heb ik me laten opereren. Het was een kleine operatie en ik kreeg narcose, dus het was helemaal zonder pijn.
Ze hebben het opengemaakt.Dathad ik zelf ook nog wel gekund, maar ik durfde niet. Ik wilde die operatie niet zozeer vanwege de seks, ik wilde als ieder mens zonder pijn kunnen plassen en menstrueren. Voor jullie is dat gewoon, voor mij was dat sinds mijn zevende vreselijk.
Na de operatie moest ik plassen. Ik ging naar de wc en was er zó aan gewend om goed na te denken en de plas in een klein straaltje naar buiten te laten gaan, omdat anders de pijn te groot was. En in één keer klatert daar een straal uit. De wereld ging open voor mij. Zo lekker kunnen plassen, wat een opluchting.”

Domme mensen

“Het is míjn lichaam, ik heb niet voor besnijdenis gekozen. Als ik er zelf voor gekozen had, was het iets anders. Ik hoor ook verhalen van westerse vrouwen die hun schaamlippen te groot vinden en zich laten opereren, maar dat is een heel ander verhaal, dat is een luxe verhaal. Maar een kind van zeven jaar... Ik vind het echt heel dom van die mensen. Ze kunnen blijven zeggen dat het met geloof te maken heeft of met traditie, maar dat is onzin. Het is níet waar.”

Mijn moeder

“Ïk heb helemaal geen contact meer met mijn moeder. Mijn moeder is weggegaan toen ik zeven was en net besneden. Ze zat met haar nieuwe man in het buitenland. Ze schreef wel eens. Na vijf jaar kwam ze ons opzoeken, bij mijn vader. En het eerste wat ze deed was mijn benen open spreiden en verzuchten: ‘goddank, ze is nog dicht’. Dus dáár is het allemaal om te doen, dat je geen seks hebt.
Mijn zusje woont in Nederland, daar heb ik contact mee. Wij zijn samen van Somalië naar Ethiopië gevlucht en vandaar naar Kenia. Maar ik ben alleen van Afrika naar Nederland gegaan, zij was er al eerder. Met één van mijn nichtjes heb ik ook nog wel gepraat. Die is getrouwd op heel jonge leeftijd. Zij heeft geen operatie gehad, haar man moest haar open maken. Ik was toen zelf nog niet geopereerd, en was nieuwsgierig hoe dat voelde dus dat vroeg ik haar. “Dat wil je niet weten. Het is de tweede keer dat het zo afschuwelijk pijn doet, net als toen.”.

Seks met besnijdenis

“De man heeft daar ook geen plezier van. Het duurt vier weken, vertelde mijn nichtje. Elke avond gaat ie in die wond om het gat meer open te maken. Na vier weken vermindert de pijn. En daarna kon zij ook voor het eerst normaal plassen. Dat heb ik niet meegemaakt, en daar ben ik erg blij om. Maar de derde keer – voor mij dus de tweede keer - dat het zo’n pijn doet is met de bevalling. Daar maak ik me nu zorgen om. Ik wil graag kinderen ooit – eerst een man vinden natuurlijk - en hoe moet dat dan? Want omdat de boel van binnen nog wel dicht zit is er kans dat het kind tijdens de bevalling dood gaat. Het kindje kan stikken als het hoofd er niet goed door kan. De dokter moet dan snel een beslissing nemen: inknippen of keizersnede. De moeder loopt ook gevaar door veel bloedverlies. Daar maak ik me wel zorgen om.”

Het Protectors Programma

“Sinds begin dit jaar ben ik lid van het Protectors Programma. Ter voorbereiding van 6 februari – internationale dag tegen vrouwenbesnijdenis – ben ik gevraagd of ik op de foto wilde van de folder. Ik was op die foto een moeder, die haar kind wilde beschermen tegen besnijdenis. Het Soedanese kindje op de foto is mijn vroegere buurmeisje, en zij is op 6 februari zes jaar geworden. En ik ben haar protector, in het echt. Ik heb tegen haar moeder gezegd: als je haar laat besnijden, ga ik je het. nooit vergeven en geef ik je aan. Ze wil dat ook helemaal niet. Ze is zelf besneden en weet wat dat is, maar ik zeg dat om haar sterk te maken. Soms wordt de druk van de gemeenschap heel groot.
Bij Soedanese meisjes gaat de besnijdenis minder ver, ze worden tenminste niet dichtgenaaid. Maar het blijft gewoon onvergefelijk. Kijk, kinderen in Afrika en Azië hebben het vaak heel zwaar. Ze zijn arm, werken op heel jonge leeftijd, honger – en dan worden ze ook nog eens verminkt, dát vind ik het allerergste. Maar het hangt wel samen: armoede, slecht onderwijs en besnijdenis. In die landen is het een lange weg om besnijdenis te bestrijden. Maar hier moet het toch sneller kunnen. Ik vind dat moeders die hun kinderen laten besnijden naar de gevangenis moeten, want al bedoelen ze het niet zo, het is en blijft kindermishandeling. En het gebeurt om de hoek, zal ik maar zeggen. Ik hoorde toevallig van een meisje bij mij in de buurt dat haar Erithrese buurmeisje besneden was. Ze wou met haar spelen en kreeg te horen dat ze in bed lag en ziek was. De volgende dag hetzelfde. Toen het buurmeisje weer buiten kwam vertelde ze het: ze hebben haar gewoon met een mes besneden, gewoon met een mes, thuis. Heel triest. Dat was lang voordat het Protectors Programma ontstond.

Familie-eer

“Bij de eerste grote bijeenkomst van No Game kreeg ik een film te zien en op een bepaald moment ben ik naar buiten gelopen. Ik kon het niet meer aanzien. Maar ik hoorde wel het gegil van dat meisje, en dat meisje was ik. Het was alsof ik weer zeven jaar was. En het ging weer door me heen: hoe kan een moeder dit haar kind aandoen!
Het gaat niet om godsdienst of cultuur of traditie, echt niet, Het gaat puur om seks. Seks wordt in Afrika gezien als iets smerigs, iets schandaligs. Voor meisjes dan. Het gaat er alleen maar om de familie-eer te beschermen, zodat de familie geen slechte naam krijgt. De buitenwereld, daar gaat het om. Als een dochter seks heeft gehad voor het huwelijk kan de familie het wel schudden in de gemeenschap. En als ze dichtgenaaid is durft ze geen seks te hebben.

Voorlichting

“Ik vind dat alle vrouwen over meisjesbesnijdenis moeten praten. Zwarte, witte, besneden en niet besneden vrouwen. Ook een blanke vrouw kan een Afrikaans meisje redden. Wij moeten samen vechten voor de kinderen. Wij moeten vragen: hoe zou jij het vinden als iemand dat zou doen met jouw dochtertje? Of met jouw zusje? Ik hoop erg dat we met No Game daaraan kunnen bijdragen. Ook door ons te verbinden met actieve groepen in Europa. In Italië is een hele actieve groep jongeren, maar ook in andere landen. Dat we gaan uitwisselen en samen sterk worden. Ik wil vooral de stem zijn voor al die meisjes, die zelf geen stem hebben. Dit mag niet meer langer duren”